door Soline Weidema

Hierbij maak ik graag van de gelegenheid gebruik om u/jullie het een en ander te vertellen over thuisonderwijs. Dit is tamelijk onbekend in Nederland, ook al wordt er door de (geschreven) pers met een bepaalde regelmaat over bericht. Di in tegenstelling tot landen zoals Canada, Australië, de VS en Groot Brittannië, waar vele jonge mensen thuisonderwijs genieten (tussen de een en twee miljoen kinderen alleen al in de VS).

Thuisonderwijs is wellicht even oud als de mens. Denk maar aan al die vaardigheden die van generatie op generatie worden doorgegeven. Ouderen hebben jongeren altijd voorbereid op het leven, lang voordat schoolgang verplicht werd.

Je kind leren zagen en broodjes bakken is een vorm van thuisonderwijs! Je kind vertellen over je opa die iedere ochtend, voordat hij naar school ging, snoep kocht en slechts met een halve cent hoefde te betalen, is een les in geschiedenis en economie (inflatie!). Ouders hebben hun kinderen altijd onderwezen of laten onderwijzen (denk aan een gouvernante) op wat voor manier dan ook en op welk vlak dan ook.

Toen ik jaren geleden het besluit nam om het onderwijs aan mijn kinderen op me te nemen, voelde deze verantwoordelijkheid heel natuurlijk aan. In mijn aanwezigheid hadden mijn kinderen immers leren lopen en praten. Leerden ze van alles over de wereld om hen heen. Ik had het volle vertrouwen dat ze ook op deze manier zouden leren lezen, rekenen en schrijven. Wat ook klopte.

Vaak neemt men gemakshalve aan dat alleen bevoegde onderwijskrachten onze jonge mensen kunnen onderwijzen. Het tegendeel is waar, blijkt. Ouders uit alle lagen van de bevolking zijn in staat om het onderwijs aan hun kinderen te verzorgen.
Of het nu bouwvakkers of wetenschappers zijn. Dit is ook onder meer aangetoond in Brits onderzoek. Jonge mensen doen het over het algemeen heel goed thuis, ongeacht de afkomst van de ouders. Het is zelfs zo dat kinderen uit de zogenaamde werkende klasse het nog beter doen dan hun medestudenten, waarvan de ouders meer financiële middelen tot hun beschikking hebben. Vreemd is dat niet. Jonge mensen zijn zo ingesteld dat ze willen leren. Het is de kunst om daar op aan te sluiten. En studenten uit de werkende klasse blijken thuis meer tot hun recht te komen dan op school. Het is wel belangrijk dat ouders een actieve rol spelen in dat leerproces. Ouders die zelf leergierig zijn en open staan voor nieuwe kennis en technieken, geven hun kinderen op die manier een belangrijk signaal af.

Lees je zelf graag en neem je jouw kinderen altijd mee naar de bibliotheek? Dan kun je ervan verzekerd zijn dat je kinderen op een schone dag geïnteresseerd zullen raken in boeken. Of werk je liever met je handen? Reken maar dat je kinderen elke beweging van je volgen en al je stukken gereedschap kennen. Hoe jong ze ook zijn.

Ik heb een lerarenopleiding afgerond. Maar dat heeft me echter niet voorbereid op de taak van thuisonderwijzer. Ik heb andere vaardigheden moeten aanboren om mijn kinderen thuis te begeleiden. Alleen al vanwege het feit dat ik geen lesboeken gebruik, waar de meeste onderwijskrachten op terug kunnen vallen. Ik ga zelf op zoek naar materiaal. Toegegeven, dat kost meer tijd, maar daardoor krijg ik de materie ook beter in de vingers. En het dient tegelijkertijd als bijscholing!

Mijn kinderen hebben zelf leren lezen. Maar zonder de leesboekjes. Daar is heel wat aan voorafgegaan. Voorlezen hoorde daar natuurlijk bij. Spelletjes zoals Rummikup met letters, Pim Pam Pet, maar ook spelletjesprogramma’s op televisie waren interessant le(e)smateriaal.

Mijn kinderen leerden later lezen dan de meeste jonge mensen op school. Maar problemen zoals dyslexie kennen we niet. We hebben er gewoon wat langer over gedaan met als gevolg dat ze tegelijkertijd ook Engels leerden lezen. En dat is een van de voordelen van thuisonderwijs. Ik kan het onderwijs aanpassen aan de individuele leerbehoeften van mijn kinderen. Met goede en soms onverwachte resultaten.