Thuisonderwijs weer op de kaart?
door Henk Blok
‘Thuisonderwijs verdient meer steun’
Volkskrant titel
Minister Van der Hoeven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) wil het toezicht op onderwijs verscherpen, zo schrijft ze in een notitie aan de Tweede Kamer. Niet alleen de scholen die uit de openbare kas worden betaald, moeten verantwoording afleggen aan de Inspectie van het Onderwijs. Vanaf 2005 moeten ook de particuliere scholen, waarvoor ouders jaarlijks vaak duizenden euro’s over hebben, rekening houden met de Onderwijsinspectie. En ook ouders die hun kind om principiële redenen niet naar school sturen, kunnen zich straks niet mee aan overheidscontrole onttrekken. Wie in de toekomst ontheffing wil van de schoolplicht, kan deze alleen nog krijgen als aannemelijk wordt gemaakt dat het kind thuisonderwijs krijgt. En ook thuisonderwijs wordt in de toekomst geïnspecteerd.
Het verheugende aan haar voorstellen is dat thuisonderwijs na ruim 30 jaar weer op de kaart staat. Immers, bij de herziening van de Leerplichtwet in 1969 is thuisonderwijs als alternatief voor schoolonderwijs geschrapt. Men meende toentertijd dat het scholenaanbod voldoende gevarieerd was om iedereen te kunnen bedienen. De overheid heeft sindsdien in alle talen over thuisonderwijs gezwegen. Maar nu wordt thuisonderwijs opeens toch weer gezien als een volwaardig alternatief voor het onderwijs op school. De groeiende groep ouders die voor thuisonderwijs kiezen, zal de minister hiervoor dankbaar zijn. Maar haar voorstellen lijken ook problemen op te gaan leveren. Ouders die thuisonderwijs willen geven, kunnen zich alleen beroepen op artikel 5b van de Leerplichtwet. Alleen als zij op levensbeschouwelijke gronden overwegende bedenkingen kunnen aanvoeren tegen alle scholen in de buurt, kunnen zij worden vrijgesteld. Zulke bedenkingen zijn geloofwaardig voor Zevendedagsadventisten, voor Quakers, voor leden van de Pinkstergemeente en andere kerkgenootschappen die in ons land te mager vertegenwoordigd zijn om overal scholen te kunnen oprichten. Maar wat moet iemand van Rooms-katholieke of Hervormde huize die thuisonderwijs wil geven? Die maakt op een vrijstelling van de leerplicht geen schijn van kans, evenmin als iemand die niet gelovig is. Dat is een schending van het non-discriminatiebeginsel. Immers, afhankelijk van de geloofsovertuiging wordt thuisonderwijs toegestaan of niet. Ik verwacht dan ook dat de voorstellen van de minister tot interessante rechtszaken gaan leiden. Naast levensbeschouwelijke gronden kunnen mensen ook andere, evenzeer gegronde redenen hebben om voor thuisonderwijs te kiezen. Bijvoorbeeld omdat ze er plezier aan beleven de ontwikkeling van hun kind van nabij te volgen en geen scheiding willen maken tussen opvoeding en onderwijs. Of omdat ze opvoeding en onderwijs niet aan vreemden wensen toe te vertrouwen. Of omdat ze het beter denken te kunnen dan de school. Of omdat hun kind op school inmiddels zo beschadigd is geraakt, dat ze geen andere oplossing meer zien. Het bizarre is dat al die mensen steun zouden kunnen vinden in de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek. Het rendement van thuisonderwijs is hoger dan van schoolonderwijs.
Thuisonderwezen kinderen ontwikkelen zich sneller dan kinderen die voor hun ontwikkeling van scholen afhankelijk zijn. Ook in sociaal en emotioneel opzicht gaat het thuisonderwezen kinderen meestal goed. Wie zijn of haar kind het beste gunt, zou zich serieus op de mogelijkheden van thuisonderwijs moeten kunnen oriënteren.
Helaas geeft Van der Hoeven aan dat ze de mogelijkheden voor thuisonderwijs niet wil verruimen. Ze is van mening dat kinderen hoe dan ook op school beter af zijn dan thuis. Waar zij dit op baseert, maakt ze in haar notitie aan de Tweede Kamer niet duidelijk. In elk geval niet op rapporten van de Onderwijsinspectie. Die schreef in het laatste Onderwijsverslag dat één op de drie basisscholen onvoldoende rekening houdt met verschillen tussen leerlingen. En omstreeks dezelfde tijd bracht de Inspectie van het Onderwijs een rapport uit waarin een opvallend oordeel werd geveld over de kwaliteit van het speciaal basisonderwijs. Men kan misschien verdedigen dat scholen althans de modale of gemiddelde kinderen nog kunnen bedienen. Maar wie van het gemiddelde afwijkt, loopt een serieus risico op beschadiging. Ook dat is dus een argument om de mogelijkheden voor thuisonderwijs te verruimen. Het schoolonderwijs biedt echt niet ieder kind voldoende kwaliteit. Het lerarentekort zal hier voorlopig geen verandering in brengen, integendeel. Ooit rekende ik uit dat het lerarentekort met 25 procent zou verminderen als één procent van de kinderen in de leerplichtige leeftijd thuisonderwijs zou krijgen. Dat lijkt me nog steeds een goedkope – en verantwoorde! – oplossing, zeker wanneer men deze vergelijkt met andere oplossingen als hogere salarissen, betere arbeidsvoorwaarden of het aantrekken van zij-instromers.
Kortom, de voorstellen van de minister zijn interessant maar gaan niet ver genoeg. Het wordt tijd dat ten aanzien van thuisonderwijs niet een restrictief beleid maar een stimulerend beleid wordt ontwikkeld. H. Blok
Dr. H. Blok is verbonden aan het SCO-Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Hij verricht onderzoek van onderwijs. Tot voor kort was hij tevens leraar basisonderwijs, zowel op een school voor basisonderwijs als op een school voor speciaal basisonderwijs.

Leave a Reply