Non scholae
In februari j.l. is een boekje verschenen over alternatieven voor het schoolse leren. Het is geschreven door Herman W. Heringa, een drop-out avant la lettre. Op 15-jarige leeftijd leek het hem de hoogste tijd eens iets nuttigs te leren. Dus ging hij van school, monsterde aan op een oud stoomschip en trok de wijde wereld in. Via zelfstudie en allerlei minder conven-tionele opleidingen en trainingen lukte het hem eerst op te klimmen naar de officiersrangen bij de koopvaardij, werd hij later jachtvlieger bij de Koninklijke Luchtmacht, vervolgens infor-maticus en na zijn dertigste docent. Na 15 jaar lesgeven leek hem dat het toch allemaal wel een stuk beter moest kunnen. Zou een opleiding onderwijskunde antwoorden geven? Maar na het behalen van het doctoraal in de pedagogische wetenschappen waren er alleen nog maar meer vragen. In het boek worden veel van die onzekerheden opnieuw geformuleerd en een paar voorzichtige antwoorden gegeven. Ingebed in een overzicht van de ervaringen met 10 jaar experimenteren in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs, in de tweede fase van het voortgezet onderwijs, de onderwijskundige adviespraktijk en bij de nascholing van vlieginstructeurs.
Non scholae begint waar het hoort te beginnen. Namelijk met de vraag: ‘Wat is de mens en wat zou hij moeten zijn. Heeft hij een aangeboren afkeer voor werken en zal hij dit ver-mijden als hij dat kan. Moet hij daarom onder controle gesteld, gedirigeerd en met straf bedreigd worden om tot iets te komen. Of is zinvol werk voor hem even natuurlijk als spe-len en rusten. Zal hij zelfregulering en zelfcontrole uitoefenen in dienstbaarheid aan zijn zelfgekozen doelen. En zal hij, onder de juiste omstandigheden, niet alleen verantwoorde-lijkheid aanvaarden, maar haar zelfs zoeken. Kiezen we voor deze laatste, optimistische, opvatting, wat betekent dat dan voor ons onderwijs.
In de daarop volgende hoofdstukken komen de drie hoofdonderdelen uit elk didactisch model aan de orde: de doelen, het didactisch handelen en de evaluatie. Welke doelen worden er gekozen, wie doen dat en waardoor zijn zij gelegitimeerd. Wat is het doel van toetsing. Staat die in het teken van controle en straf, is het hoofdzakelijk een selectie-middel, of is die gewenst om als basis te dienen voor een constructieve feedback. En wordt er dan misschien niet alleen de prestatie van de leerlingen gemeten, maar ook de effectivi-teit van het gegeven onderwijs. Vindt, naar aanleiding daarvan, dan wellicht ook terugkoppe-ling plaats naar het didactisch handelen en zo nodig zelfs naar de gekozen doelen. En wie evalueert er eigenlijk. Moet dat altijd een docent zijn of een examencommissie. Of zijn leer-lingen heel goed in staat zich zelf of ook hun klasgenoten te beoordelen: self-, peer- en co-evaluatie, dus.
Wat betekenen de antwoorden op de vorige vragen voor het didactisch handelen. Past hier-bij nog een klas van 30 leerlingen, netjes in rijtjes, met daarvoor de schoolmeester met zijn bord en een krijtje. Of leren kinderen soms beter thuis, in een reële werksituatie, in kleine groepjes. Eventueel met een docent als coach op enige afstand.
Ter afsluiting wordt het beeld geschetst van een lerende gemeenschap, waar ruimte is voor mensen zich te ontwikkelen naar hun eigen aard en waarbij het regulerende principe niet dat is van de onverbiddelijke wet maar van de liefde die de mens van nature heeft voor zijn om-geving en alles wat aan zijn zorg is toevertrouwd.
Het boek is verkrijgbaar via internet: http://www.lulu.com/nl Zoek op ‘Non scholae’ en volg de stappen tot de aankoop. Of anders via een mailtje naar de schrijver op het emailadres: nonscholae@orange.fr

May 29th, 2009 at 09:55
Non Scholae lijkt me een interessant boekje. Sowieso je voorgeschiedenis al!
Er is onderzoek gedaan naar de effectiviteit van thuisonderwijs, maar zover ik weet niet naar de effectiviteit van scholing. De resultaten zouden wel eens kunnen tegenvallen…
Boeiend om te lezen dat jij hier wel over spreekt en dit terugkoppelt naar een evt. docent of leersituatie.
Ik denk dat “de liefde die de mens van nature heeft voor zijn omgeving en alles wat aan zijn zorg is toevertrouwd” zorgt voor de effectiviteit in alternatief onderwijs. Dat is de spil waar het om draait. De wereld eigen maken, omdat we van de wereld houden, is een principe dat ik keer op keer terug zie in mijn kinderen. Of het nu gaat om leren lezen, rekenen en computervaardigheden of om het bestuderen van insecten en dierlijk gedrag. Dit alles ingegeven door een liefde voor het leven. Iets wat reguliere scholen per definitie ontberen.