Waarom besteden wij op de lagere school niet meer tijd aan zingen, tuinieren of houtbewerken in plaats van aan geschiedenis of aardrijkskunde? Omdat dat laatste nuttiger is? O ja; weet u dan bijvoorbeeld nog welke drie rivieren er in de Noordelijke IJszee uitmonden? Vast niet!  Waarschijnlijk nog wel geleerd vroeger op school. Misschien zelfs nog wel eens een proefwerk over gemaakt. Overigens; als u het nog wel zou weten, heeft dat dan enige zin?
En geschiedenis is misschien best interessant. Maar moeten professor Oort en zijn canontrawanten ons dan perse voorschrijven welke onderwerpen we kiezen? En zitten we er echt op te wachten om, bij het terugbrengen van een in de bibliotheek geleend geschiedenisboek, over de inhoud daarvan even een examentje af te moeten leggen?
 
Vrijwel de enige manier om in Nederland te ontsnappen aan de plicht om ook allerlei nutteloze en/of weinig boeiende informatie tot ons te nemen (de leerplicht dus) is thuisonderwijs. Voor zolang het duurt tenminste. Want nadat in 1969 het PvdA-kamerlid Masman de toegang daartoe al drastisch had weten in te perken dreigt nu de genadeklap. Op 28 maar 2008 heeft Sharon Dijksma, van diezelfde partij die er, in de drang naar gelijkheid en de drift om de onderklasse te verheffen, zo dol op is om de zaken strak en goed voor ons te regelen, aangekondigd te zullen onderzoeken op welke wijze de kwaliteit van het thuisonderwijs kan worden getoetst.
 
God moge verhoeden dat daarbij de kerndoelen voor het basisonderwijs als uitgangspunt worden gekozen. Dan zijn we langs de achterdeur wederom veroordeeld tot het kennen van die drie rivieren en dat soort zinloze weetjes. En als vervolgens ook nog de leerlijn gevolgd en periodiek aan de tussendoelen voldaan moet worden heb je voor je het weet ook nog eens om de haverklap de inspectie over de vloer. Voor een echte vrijheid van onderwijs moet je dan Nederland haast wel ontvluchten en asiel aanvragen in een beschaafd land waar je je eigen kinderen nog wel naar eigen inzicht en rekening houdend met hun belangstelling, kunt vormen.
 
Maar wie weet loopt het minder dramatisch af. Want er zijn natuurlijk best een paar alternatieven denkbaar. Binnen het moderne human resource management is bijvoorbeeld al geruime tijd het verschijnsel persoonlijk ontwikkel plan (POP) bekend. Daarbij legt een werknemer vast in welke richting hij zich in een voorliggende periode wil ontwikkelen en hoe te zijner tijd kan worden getoetst in welke mate dat ook gelukt is. Op een soortgelijke wijze zouden ouders samen met hun kinderen hun leer- en ontwikkeldoelen kunnen opstellen en naar de inspectie sturen.
De evaluatie hoeft ook helemaal niet te gebeuren in de vorm van een traditionele toetsing. Bij het soort doelen dat door mensen die thuiseducatie prefereren wordt gekozen en het pedagogisch klimaat van keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheid dat daar bij hoort , ligt verantwoording in de vorm van een soort portfolio veel meer voor de hand.
 
Ik ben intussen wel zeer benieuwd naar de uitkomst van het door Dijksma bevolen onderzoek dat na de zomer van 2008 (een ruim begrip natuurlijk) zou zijn afgerond en waarop zij haar beleid mede zou baseren. Als u meer weet dan ik en/of redenen hebt wat optimistischer te zijn over dit onderwerp hoor ik het graag.
 
Herman Heringa: nonscholae@orange.fr